gebouw-smeets-gijbels

  • Home
  • Nieuws
  • Financieel misbruik van ouderen in de juridische praktijk

Financieel misbruik van ouderen in de juridische praktijk

Publicatiedatum: 28 juni 2018

REP nummer 6, jaargang 12, september 2017

De jonge vrouw vertelt over haar recent overleden moeder. De nieuwe vriend van haar moeder verzorgde haar financiën. Nu blijkt dat de bankrekening van moeder leeg is en de vriend als erfgenaam is opgenomen in het testament.” Dit soort voorbeelden van financieel misbruik van ouderen komen in onze praktijk veelvuldig voor. Financieel misbruik is schrijnend en een maatschappelijk probleem. [1]

Steeds meer hulporganisaties zetten zich in om financieel misbruik te voorkomen. [2] Daarnaast lanceerde de overheid eind 2016 een landelijke campagne. Maar wat als het kwaad al is geschied? Welke juridische mogelijkheden resteren? Dit artikel schetst de juridische mogelijkheden voor het aanpakken c.q. voorkomen van financieel misbruik van ouderen.

Verschijningsvormen financieel misbruik van ouderen

Financieel misbruik van ouderen verschijnt in diverse vormen. Voorbeelden zijn: verdwenen gelden en/of andere eigendommen, testamentwijzigingen, misbruik van bankrekeningen en het sluiten van overeenkomsten of volmachten. Steeds is sprake van een vertrouwensrelatie tussen de oudere en iemand waarvan later blijkt dat diegene misbruik heeft gepleegd. [3] Een volmacht wordt bijvoorbeeld in goed vertrouwen gegeven, waarna blijkt dat er misbruik van gemaakt is. De handeling onder volmacht an sich is dan bevoegdelijk gedaan.

In dit artikel wordt onderscheid gemaakt tussen de situatie waarbij financieel misbruik aan het licht komt terwijl de oudere nog in leven is  en de situatie waarbij financieel misbruik nà het overlijden van erflater wordt geconstateerd.

Financieel misbruik van ouderen ontdekt tijdens leven

Steeds vaker wordt juridische bijstand gevraagd terwijl de oudere nog leeft. Personen in de directe omgeving van deze oudere hebben concrete aanwijzingen dat de oudere slachtoffer is van financieel misbruik. Denk daarbij aan de vriendelijke buurman die zijn hulp aanbiedt aan een oudere dame. Of een bekende die wekelijks boodschappen doet voor de oudere. Nadat de vertrouwensrelatie is gelegd, geeft de oudere zonder enige moeite de pinpas af. Let wel, een vertrouwensrelatie is snel gerealiseerd. Het betreft kwetsbare ouderen zonder enig verstand van financiële zaken of zicht op hun financiën. Internetbankieren is meestal een brug te ver. Bankafschriften worden niet ontvangen of worden zelfs omgeleid naar een postbus. Een derde kan zodoende op simpele manier gelden uit het vermogen van de oudere onttrekken.

Naasten hoeven gelukkig niet argeloos toe te kijken. Er zijn diverse (wettelijke) beschermingsmaatregelen die dit probleem kunnen ondervangen. Hierna worden de volgende maatregelen besproken: mentorschap, de algemene volmacht c.q. het levenstestament en onder bewindstelling. Welke maatregel gepast is hangt af van de feiten rondom de misbruikpleger en de onderliggende omstandigheden.

Mentorschap

Familieleden die het vermoeden hebben dat bijvoorbeeld een verzorger of begeleider van een oudere financieel misbruik pleegt, kunnen via de kantonrechter een mentor laten benoemen. Mentorschap ziet op de waarneming van de persoonlijke, niet-vermogensrechtelijke belangen van de betrokkene, zoals verzorging en begeleiding (art. 1:450 BW). De mentor neemt de taken van de verzorger/begeleider over. Indien de verzorger/begeleider zelf mentor is, kan om een andere mentor verzocht worden. Het instellen van mentorschap is een relatief laagdrempelige manier om de verzorger buiten spel te zetten.

Mentorschap ziet specifiek op de zorg. De betrokkene is nog steeds handelingsbekwaam ten aanzien van zijn of haar vermogensrechtelijke belangen. Dit betekent dat een oudere ten behoeve van wie een mentorschap is ingesteld, nog altijd ten prooi kan vallen aan een andere kwaadwillende die financieel misbruik pleegt.

Algemene (notariële) volmacht en het levenstestament

Ook volmachten zijn er in verschillende verschijningsvormen. Een preventieve mogelijkheid om te voorkomen dat een oudere in zijn of haar vermogensrechtelijke belangen wordt geschaad, is een algemene (notariële) volmacht, al dan niet in een levenstestament. Anders dan bij de wettelijke beschermingsmaatregelen mentorschap, bewindvoering en ondercuratelestelling, wijst de betrokkene zelf de persoon van gevolmachtigde aan. Hierin schuilt direct een nadeel; het kan financieel misbruik juist in de hand werken.

In de praktijk wordt veel gebruik gemaakt van de bankvolmacht. Hiermee verkrijgt de gevolmachtigde toegang tot de bankrekeningen van de volmachtgever. Hoewel de bankvolmacht beperkt is, kan een gevolmachtigde die kwaad wil flinke schade aanrichten. Bankrekeningen worden leeggetrokken, er vinden abnormale overboekingen plaats en er is geen controle. Banken zijn zich bewust van deze vorm van misbruik en proberen dit zoveel mogelijk te voorkomen. Toch blijft dit lastig. Zolang onder de bankvolmacht wordt gehandeld, zal een bank daar uitvoering aan (moeten) geven.

De nadelen die kleven aan een bankvolmacht gelden ook voor een algemene (notariële) volmacht, waarbij de gevolmachtigde ruimere bevoegdheden krijgt. Hiervoor werd het praktijkvoorbeeld van de vriendelijke buurman die zijn hulp aanbiedt aan een oudere dame aangehaald. Uit onze praktijk blijkt dat dit vaak nog maar het begin is. De volgende stap is dat deze buurman een (notariële) volmacht bemachtigt. Naast de beschikking over de bankrekeningen, kan de buurman transacties uitvoeren, overeenkomsten sluiten en daarmee geld wegsluizen. Ook leningen en schenkingen worden vaak achteraf geconstateerd. De oudere is zich meestal van geen kwaad bewust, want die vertrouwt de gevolmachtigde.

Een bijkomend nadeel van een algemene volmacht is dat de gevolmachtigde geen wettelijke, automatische, rekening en verantwoordingsplicht heeft. Dit geeft gevolmachtigden de vrije hand, met alle nadelige gevolgen van dien. Hier ligt aldus een taak voor de notaris, die in de volmacht waarborgen kan opnemen ter voorkoming van financieel misbruik.

In de nieuwe notariële modellen voor volmachten wordt veelal een rekening en verantwoordingsplicht voor de gevolmachtigde opgenomen. Ook het levenstestament, dat de afgelopen jaren een toevlucht heeft genomen, vermeldt standaard een rekening en verantwoordingsplicht van de gevolmachtigde. [4] Dit is een positieve ontwikkeling.

Relevant is dat deze rekening en verantwoordingsplicht in beginsel geldt tussen de gevolmachtigde en de volmachtgever (de oudere). Derden, zoals erfgenamen, kunnen daar niet zonder meer rechten aan ontlenen. Ook niet na het overlijden van de volmachtgever. De bevoegdheid tot het verlangen van rekening en verantwoording door de volmachtgever gaat niet over op de rechtsopvolgers onder algemene titel. Erfgenamen kunnen daar alleen aanspraak op maken indien de oudere tijdens leven zelf daar al om gevraagd heeft, maar dat nog niet gekregen heeft. Hoewel in de literatuur de nodige discussie is over de rekening- en verantwoordingsplicht, vissen erfgenamen veelal naast de boot. Illustratief is een arrest van het Gerechtshof Den Haag uit 2012. [5] Het gerechtshof oordeelde dat rekening en verantwoording aan rechtsopvolgers onder algemene titel alleen aan de orde is indien een volmachtgever niet in staat was tot het afnemen van rekening en verantwoording en indien dat wel het geval was, alleen als sprake was van misbruik van omstandigheden.

In toenemende mate wordt in het levenstestament een toezichthouder benoemd. Deze persoon houdt toezicht op de werkzaamheden van de gevolmachtigde. Een toezichthouder kan een professional zijn, bijvoorbeeld een notaris of iemand die speciaal daarvoor is opgeleid. [6] Op deze wijze wordt financieel misbruik beperkt. [7]

Bewindvoering

Indien er vermoedens zijn dat de gevolmachtigde misbruik maakt van de volmacht, kan dit een overweging zijn om de kantonrechter te verzoeken bewind in te stellen over één of meer (vermogensrechtelijke) goederen van de betrokkene (art. 1:431 BW). Het beheer van de onder bewind staande goederen komt dan toe aan de bewindvoerder. Daarnaast kan de onderbewindgestelde niet langer (alleen) beschikken over de onder het bewind staande goederen, zoals bijvoorbeeld een (spaar)bankrekening.

Essentieel is dat met een onderbewindstelling, een volmacht niet automatisch eindigt. Art. 3:72 BW noemt een onderbewindstelling niet als wettelijke beëindigingsgrond van de volmacht. Als gevolg daarvan dient de aangestelde bewindvoerder te bewerkstelligen dat de gevolmachtigde de volmacht inttrekt. Dit gaat vaak niet zonder slag of stoot.

In een levenstestament of volmacht kan worden afgeweken van art. 3:72 BW en wordt onderbewindstelling veelal als beëindigingsgrond van de volmacht genoemd. Dit heeft ook een keerzijde. In het levenstestament worden vaak voorzieningen getroffen voor het geval een wettelijke beschermingsmaatregel wordt uitgesproken. De gevolmachtigde kan zodoende eveneens worden aangesteld als mentor, bewindvoerder of curator. [8] Relevant is dat de kantonrechter terughoudend optreedt met het uitspreken van bewind of mentorschap, als de oudere in een levenstestament regelingen heeft getroffen op dit vlak. [9] Hierin schuilt een risico van het levenstestament en is bewind niet altijd de oplossing.

Zelfs als dit ertoe leidt dat de misbruikpleger in dat geval wordt benoemd tot bewindvoerder (vanzelfsprekend gaat hier de toetsing van de kantonrechter aan vooraf), is een onderbewindstelling met diverse waarborgen omkleed. Anders dan een gevolmachtigde, heeft een bewindvoerder wél een wettelijke rekening en verantwoordingsplicht.

De bewindvoerder is periodiek verplicht tot het afleggen van rekening en verantwoording aan de onderbewindgestelde, ten overstaan van de kantonrechter (art. 1:445 BW). Daarbij toetst de kantonrechter slechts marginaal. Echter zullen grote vermogensverschuivingen en abnormale transacties daar sneller aan het licht komen. Alle onder bewind staande goederen dienen te worden meegenomen in de rekening en verantwoording, welke moet worden voorzien van verificatoire bescheiden, waaronder bankafschriften.

Relevant is dat de bewindvoerder ook aan het einde van zijn bewind rekening en verantwoording moet afleggen. Dit geschiedt ofwel aan zijn opvolger, ofwel, in geval van overlijden, aan de erfgenamen. [10] In de praktijk leidt dit nog wel tot procedures. Eind 2016 oordeelde het Gerechtshof Den Haag dat de bewindvoerder voldoende bescheiden had overgelegd, op grond waarvan de man zelfstandig een beeld kon vormen van de omvang van de nalatenschap van erflater. [11]

Bij de benoeming van een bewindvoerder zal de kantonrechter in beginsel de voorkeur volgen van degene die onder bewind wordt gesteld. [12] Vaak werpt een welwillend familielid zich op als bewindvoerder. Dit lijkt praktisch, maar kan belangenverstrengeling in de hand werken. Bovendien kunnen de verhoudingen met dat familielid al moeizaam zijn. Het benoemen van twee bewindvoerders kan oplossing bieden (art. 1:437 BW). Hier kleeft een ander nadeel aan. Wanneer twee bewindvoerders worden benoemd, is de hoofdregel dat ieder van hen de bewindvoeringswerkzaamheden zelfstandig kan verrichten (art. 1:437 lid 2 BW). Op deze manier bestaat het gevaar dat één van de twee bewindvoerders er alsnog een eigen agenda op na houdt. De kantonrechter die de bewindvoerders benoemt, kan dit ondervangen door uitdrukkelijk te bepalen dat de bewindvoerders enkel gezamenlijk bevoegd zijn en dat ieder een eigen rekening en verantwoording dient af te leggen. [13]

De benoeming van een onafhankelijke professionele bewindvoerder heeft de voorkeur. Een professionele bewindvoerder heeft ervaring en - wellicht belangrijker - niets van doen met de familievetes die soms al jaren woeden. Desondanks is ook hier voorzichtigheid geboden. Zo nu en dan komt aan het licht dat ook een professioneel bewindvoerder de verleiding van het onttrekken van gelden niet heeft kunnen weerstaan. [14] Met de intwerkingtreding van het Besluit Kwaliteitseisen tracht men dit te ondervangen. In dit Besluit staan kwaliteitseisen waar een bewindvoerder aan moet voldoen wil deze worden aangemerkt als ‘professionele bewindvoerder’. [15] De beoordeling of een professioneel bewindvoerder voldoet aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in het Besluit vindt sinds 1 januari 2016 plaats door het Landelijk Kwaliteitsbureau CBM (LKB) bij de rechtbank Oost-Brabant.

Al met al zijn er afhankelijk van de onderliggende omstandigheden, diverse maatregelen te treffen om een misbruikpleger aan banden te leggen. Partijen die betrokken zijn bij het opstellen van juridische documentatie dienen alert te zijn op de signalen van financieel misbruik. In dat kader verdient het opmerking dat banken steeds bewuster zijn van financieel misbruik. Banken verlenen (kosteloos) medewerking aan onderzoeken naar opvallende transacties van rekeningen van ouderen, om zo financieel misbruik van ouderen tegen te gaan.

Financieel misbruik van ouderen ontdekt na overlijden

Regelmatig wordt pas na het overlijden van de erflater bemerkt dat er iets opmerkelijks is voorgevallen met de financiële huishouding van de erflater. Het zijn de erfgenamen of de executeur die dan aan de bel trekken. In het in de inleiding aangehaalde voorbeeld raakte de dochter pas na het overlijden van haar moeder bekend met de financiële misstanden van de vriend. De bankafschriften lieten een zeer afwijkend uitgavenpatroon van haar moeder zien, precies vanaf het moment dat de vriend in beeld kwam. Het vermogen van haar moeder was vanaf dat moment aanzienlijk geslonken.

Erfgenamen lopen hier geregeld tegen een bewijsprobleem aan. Zeker als de vriend in kwestie uit hoofde van een (notariële) volmacht handelde, is het voor erfgenamen lastig aan te tonen dat erflater niet heeft ingestemd met de door de gevolmachtigde verichte handelingen die tot de vermogensafname hebben geleid.

Bovendien is het nog maar de vraag in hoeverre de erfgenamen inzage krijgen in de administratie van erflater. Hiervoor werd opgemerkt dat het lang niet zeker is dat erfgenamen recht hebben op rekening en verantwoording.

Indien en voorzover de administratie van erflater wordt verkregen, zullen de erfgenamen vervolgens hun pijlen moeten richten op de gevolmachtigde. Zij zullen de gevolmachtigde moeten aanspreken op de vermogensafname, hem hiervoor aansprakelijk stellen en hem sommeren de onttrokken gelden terug te betalen aan de boedel. In de praktijk blijkt dat dit niet eenvoudig is. Met een beroep op de verkregen volmacht of onder verwijzing naar een nooit eerder genoemde schenkingsakte, wijzen zij iedere aansprakelijkheid van de hand. Erfgenamen doen er in dat geval goed aan de persoon in kwestie te vragen naar de aangifte schenkbelasting. Deze zal in veel gevallen ontbreken, hetgeen een begin van bewijs oplevert van het financieel misbruik. Niet zelden heeft de gevolmachtigde zelf bovendien het geld alweer uitgegeven, waardoor er een verhaalsrisico is.

Vernietiging schenking

Erfgenamen die concrete vermoedens hebben dat (onrechtmatig) gelden zijn onttrokken aan het vermogen van erflater, kunnen vernietiging van deze schenkingen inroepen. Afhankelijk van de onderliggende omstandigheden kan daarbij een beroep worden gedaan op misbruik van omstandigheden. Art. 3:44 BW bepaalt dat een rechtshandeling, waaronder een schenking, vernietigbaar is als deze tot stand is gekomen door een wilsgebrek. Misbruik van omstandigheden kwalificeert als een wilsgebrek.

Van misbruik van omstandigheden is sprake als iemand weet of moet begrijpen dat een ander (de erflater) door bijzondere omstandigheden, zoals een noodtoestand, afhankelijkheid, lichtzinnigheid, een abnormale geestestoestand of onervarenheid, bewogen wordt tot het verrichten van een rechtshandeling (de schenking) de totstandkoming van die rechtshandeling bevordert, terwijl hij weet of moet begrijpen dat diegene daarvan zou moeten worden weerhouden.

In het aangehaalde voorbeeld zou de vrouw met een beroep op art. 3:44 BW de vernietiging van de schenkingen aan de vriend kunnen inroepen. De vrouw dient vanzelfsprekend haar stellingen en meer in het bijzonder de omstandigheden die als misbruik van omstandigheden kwalificeren te concretiseren en onderbouwen. Het testament van erflater kan hiervoor enige aanknopingspunten bieden, nu hierin de laatste wilsbeschikking van erflater is vastgelegd. De situatie waarbij vlak voor het overlijden van erflater door een derde gelden aan het vermogen van erflater zijn onttrokken, terwijl dit volledig in strijd is met de inhoud van het testament, is niet uitzonderlijk. In het testament is deze derde bijvoorbeeld onterfd of heeft slechts een minimale geldvordering (via een legaat) verkregen. Dit gegeven an sich is onvoldoende bewijs, maar in combinatie met andere bijzondere omstandigheden kan dit de erfgenamen relevante bewijslevering bieden. Ook verklaringen uit de omgeving kunnen behulpzaam zijn.

Omkering bewijslast

Relevant is dat voor situaties waarin sprake is van misbruik van omstandigheden, art. 7:176 BW een specifieke regeling bevat ten aanzien van de omkering van de bewijslast. Dit houdt in dat als een beroep wordt gedaan op vernietigbaarheid van de schenkingen wegens misbruik van omstandigheden en hiertoe voldoende wordt gesteld, de bewijslast van het tegendeel in principe bij de ontvanger van de schenking rust.

Illustratief is het arrest van de Hoge Raad van 24 juni 2016 (ECLI:HR:2016:1272), gewezen tussen een broer en zus als erfgenamen van hun moeder. De Hoge Raad oordeelde dat de vrouw - als rechtsopvolger onder algemene titel (erfgenaam) van moeder en daarmee dus als ‘schenker’ - een beroep had gedaan op vernietigbaarheid van schenkingen van de moeder aan de man. De vrouw had daarbij voldaan aan de ingevolge art. 7:176 BW op haar rustende stelplicht. Volgens de Hoge Raad had het Hof toepassing moeten geven aan art. 7:176 BW door op de man de bewijslast te leggen dat de schenkingen niet door misbruik van omstandigheden tot stand zijn gekomen.

Dit arrest biedt erfgenamen die geconfronteerd worden met gelden die onder misbruik van omstandigheden aan het vermogen van erflater zijn onttrokken de nodige handvaten.

Gedwongen testament wijziging

Een ander voorkomend - en verder niet in dit artikel besproken - probleem is de testament wijziging. Deze vindt meestal plaats vlak voor het overlijden. Kinderen van de erflater komen er na het overlijden achter dat zij zijn onterfd. De vertrouwenspersoon blijkt plotseling enig erfgenaam te zijn, als gevolg waarvan het vermogen van erflater vrijwel geheel aan de misbruikpleger toekomt. Ook hier speelt een bewijsprobleem voor de nabestaanden. Zij zullen moeten aantonen dat de testamentwijziging in strijd was met de wens van erflater. Dit is dikwijls lastig omdat daartoe weinig informatie voorhanden is. Vaak wordt een beroep gedaan op wilsonbekwaamheid van de testateur, waardoor deze de gevolgen van het gewijzigde testament niet kon overzien. Een notaris zal echter doorgaans het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid volgen. [16] Dit stappenplan geeft de notaris handvaten bij de beoordeling of een persoon wilsbekwaam is om bepaalde notariële handelingen te verrichten. Als de notaris dit stappenplan heeft gevolgd sluit dat de wilsonbekwaamheid van de testateur weliswaar niet uit. Voor erfgenamen zal het wel lastiger zijn de wilsonbekwaamheid van de testateur aan te tonen. Een notaris zal daarnaast zo nodig een medische verklaring van de testateur verzoeken. Bovendien is een notaris gebonden aan zijn geheimhoudingsplicht. Hij mag de nabestaanden geen informatie verstrekken omtrent de totstandkoming van het testament.

Strafrechtelijke aangifte

Ten slotte willen wij het doen van strafrechtelijke aangifte tegen de misbruikpleger niet onbenoemd laten. Vanwege de landelijke aandacht voor financieel misbruik van ouderen, doet het Openbaar Ministerie meer gedegen onderzoek dan voorheen. Dit kan leiden tot een strafrechtelijke veroordeling van de pleger. Relevant is dat het slachtoffer zich ter zake van zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij kan voegen in het strafproces (art. 51f lid 1 Sv). Let wel, nabestaanden kunnen zich enkel voegen als het slachtoffer als gevolg van het strafbare feit is overleden. [17] Bij financieel misbruik zal dit - gelukkig - niet vaak aan de orde zijn. Buiten een eventuele schadevergoeding kan het strafrechtelijk onderzoek bewijsvoering leveren dat van belang kan zijn in een mogelijke civiele procedure. [18]

Tot slot

Financieel misbruik van ouderen is een actueel onderwerp dat de nodige aandacht verdient. Afhankelijk van de onderliggende omstandigheden zijn er diverse maatregelen om financieel misbruik tegen te gaan en de misbruikpleger een halt toe te roepen. De maatregelen in dit artikel genoemd zijn niet limitatief, maar getracht is een beeld te geven van de mogelijkheden. Onbesproken zijn bijvoorbeeld de vordering uit onrechtmatige daad, onverschuldigde betaling en ongerechtvaardigde verrijking. De in dit artikel genoemde maatregelen zijn veelal niet zonder risico. Financieel misbruik gebeurt zorgvuldig en op gewiekste wijze. Professionals zijn zich hier steeds meer van bewust en bieden ouderen hulp. Dit is een goed begin. Dossieropbouw is essentieel. Niettemin is de verwachting dat steeds meer vormen van financieel misbruik bekend zullen worden. De rechtspraak zal in toenemende mate worden geconfronteerd met situaties waarin sprake is van financieel misbruik. Voor advocaten ligt er een taak om de misbruikpleger aan de hand van de juridische kaders te bestraffen en de oudere en/of erfgenamen te compenseren voor de financiële verarming.

Petra Knoppers en Marlijne Olthoff-Worst


[1] Dit blijkt alleen al uit het feit dat jaarlijks circa 30.000 ouderen slachtoffer worden van financieel misbruik. In werkelijkheid ligt dit getal waarschijnlijk hoger. Veel gevallen komen niet aan het licht of zijn niet meetbaar. Bron:https://www.politie.nl/themas/senioren-en-veiligheid.html#alinea-title-welke-vormen-van-ouderenmishandeling-zijn-er.

[2] Veilig Thuis is het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling.

[3] Dit wordt bevestigd door staatssecretaris Van Rijn: “Het gebeurt vaak dat ouderen slachtoffer worden van financieel misbruik in situaties waarin ze juist vertrouwen hebben in mensen die later de dader blijken te zijn. Daarom zien we veel schaamte een aarzeling bij ouderen om er melding van te maken.” Bron:

https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2016/12/15/van-rijn-start-campagne-tegengaan-financieel-misbruik-ouderen.

[4] Afhankelijk van de vorm van het levenstestament is de bevoegdheid van de vertegenwoordiger gebaseerd op een algemene volmacht en/of opdracht en lastgeving. Zie L.C.A. Verstappen, ‘Het levenstestament: volmacht of toch opdracht/lastgeving?’, WPNR 2013/6993. En L.A.G. van der Geld, ‘De verklaring van levenstestament’,WPNR 2016/7123.

[5] Gerechtshof Den Haag, 21 augustus 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BY4759. Zie ook HR 9 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1089.

[7] Zie in dat verband ook artikel 12 van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, waarover o.a. K. Blankman, ‘Een wettelijke regeling voor het levenstestament’, WPNR 2016/7123.

[8] De beschermingsmaatregel curatele, hetgeen leidt tot handelingsonbekwaamheid van de betrokkene, laten wij in dit artikel buiten beschouwing.

[9] Dit valt te lezen in de Aanbevelingen meerderjarigenbewind vastgesteld door het LOVCK&T (versie 10 april 2017).

[10] In de literatuur is discussie over de vraag wanneer sprake is van een overeenkomst van opdracht of een overeenkomst van volmacht, nu dit gevolgen heeft voor de vraag of rekening en verantwoording moet worden afgelegd.

[11] Zie Gerechtshof Den Haag, 20 december 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:4301.

[12] Vgl. art. 1:435 lid 3 BW.

[13] Zie aanbevelingen meerderjarigenbewind LOVCK&T, versie 10 april 2017. 

[14] Zie bijv. Gerechtshof Amsterdam, 22 juli 2015 (ECLI:GHAMS:2015:2514). Recent eiste het OM nog 15 maanden gevangenisstraf tegen een bewindvoeringskantoor dat ervan wordt verdacht PGB gelden van haar cliënten te hebben onttrokken (uitspraak niet gepubliceerd).

[15] Per 1 april 2014 is het Besluit Kwaliteitseisen curatoren, beschermingsbewindvoerders en mentoren in werking getreden (Besluit Kwaliteitseisen).

[16] https://www.recht.nl/doc/ProtocolwilsbekwaamheidKNB.pdf. Het stappenplan is gemaakt door de KNB in samenwerking met Alzheimer Nederland, de Vereniging van Indicerende en Adviserende Artsen (VIA) en de Vereniging van Estate Planners in het Notariaat (EPN).

[17] Zie art. 51f lid 2 Sv.

[18] Gewezen wordt op art. 51f lid 3 Sv.  

 

 
 
 
 
 

       

SmeetsGijbels Amsterdam

Postbus 78067
1070 LP Amsterdam
Jacob Obrechtstraat 70
1071 KP Amsterdam
T +31 (0)20 574 77 22
F +31 (0)20 574 77 33
info@smeetsgijbels.com

SmeetsGijbels Rotterdam

Postbus 1629
3000 BP Rotterdam
Westersingel 84
3015 LC Rotterdam
T +31 (0)10 266 66 66
F +31 (0)10 266 66 55
E info@smeetsgijbels.com

logo fas
logo voh
logo iafl
logo mfi
logo kidsrights