gebouw-smeets-gijbels

  • Home
  • Nieuws
  • Hernieuwd wetsvoorstel wijziging partneralimentatie

Hernieuwd wetsvoorstel wijziging partneralimentatie

Publicatiedatum: 13 juni 2018

Esther Dubach

Alimentatie AMV 1024x682

 

Lange tijd was het stil rond het wetsvoorstel herziening partneralimentatie, waarvan de behandeling is overgenomen door Kamerleden Van Oosten (VVD), Kuiken (PvdA) en Groothuizen (D66). Op 11 juni 2018 presenteerden zij de zogeheten Nota naar aanleiding van het verslag met daarin een ingrijpende vereenvoudiging van het oorspronkelijke wetsvoorstel dat is ingediend op 19 juni 2015. Op dat wetsvoorstel werd felle kritiek geuit door onder meer de Raad van State. Naar aanleiding van deze kritiek hebben de initiatiefnemers besloten het wetsvoorstel aan te passen. Het wetsvoorstel ziet nu alleen nog op de verkorting van de duur van de partneralimentatie: deze bedraagt nu maximaal twaalf jaar en zal, indien het wetsvoorstel wordt aangenomen, worden verkort naar maximaal vijf jaar. In het nieuwe art. 1:157 BW zal worden opgenomen dat, wanneer de rechter niet op grond van art. 1:156 BW een termijn heeft bepaald, de verplichting tot betaling van partneralimentatie van rechtswege eindigt na het verstrijken van een termijn die gelijk is aan de helft van de duur van het huwelijk, met een maximum van vijf jaren. Ter illustratie: wanneer een echtpaar zes jaar getrouwd is geweest, is de maximale alimentatieduur dan drie jaar. De rechter kan hiervan afwijken door een langere termijn te bepalen; art. 1:156 BW vermeldt dat die langere termijn de vijf jaren niet mag overstijgen. Hierop bestaan enkele uitzonderingen.

Uitzonderingen op de hoofdregel
Er zijn twee uitzonderingen op deze hoofdregel. De eerste uitzondering betreft echtgenoten die de zorg voor jonge kinderen hebben; de maximale alimentatieduur blijft dan twaalf jaar. Stel dat het hierboven genoemde echtpaar een kind heeft dat op het moment van scheiding vier jaar oud is; de alimentatieduur loopt dan totdat het kind de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt, derhalve acht jaar. De gedachte hierachter is dat kinderen na het verloop van die tijd naar de middelbare school gaan, zelfstandiger zijn en minder zorg nodig hebben, waardoor de alimentatiegerechtigde de zorg voor de kinderen makkelijker kan combineren met een baan.

De tweede uitzondering geldt in het geval van langdurige huwelijken, waarbij de alimentatiegerechtigde ten hoogste tien jaren jonger is dan de toepasselijke AOW-leeftijd. De partneralimentatie kan in dat geval maximaal tien jaar duren (namelijk zolang het duurt tot de alimentatiegerechtigde de AOW-leeftijd bereikt). Deze uitzondering is gebaseerd op de veronderstelling dat het niet realistisch is te verwachten dat een echtgenoot die lange tijd niet actief is geweest op de arbeidsmarkt en op latere leeftijd in een echtscheiding terecht komt, binnen vijf jaar zal kunnen voorzien in het eigen levensonderhoud.

Hardheidsclausule
Het huidige lid 5 van art. 1:157 BW bevat de zogeheten hardheidsclausule. Het geeft de rechter de mogelijkheid op verzoek de duur van de partneralimentatie te verlengen, indien ‘de beëindiging van de uitkering ten gevolge van het verstrijken van [de bepaalde tijd] van zo ingrijpende aard is dat ongewijzigde handhaving van die termijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid van degene die tot de uitkering gerechtigd is niet kan worden gevergd.’ Deze hardheidsclausule zal ook in de gewijzigde wet blijven bestaan, maar dan in lid 7 van dit artikel. De alimentatiegerechtigde heeft zodoende een escape indien de gevolgen van beëindiging van de alimentatie onaanvaardbaar zijn.

 Wat er niet wordt gewijzigd
De initiatiefnemers zien af van het voorstel om de berekeningswijze van de partneralimentatie te wijzigen. Er was veel kritiek op een aanpassing van de huidige berekeningssystematiek, omdat het de berekening geenszins zou vergemakkelijken, wat het beoogde doel was van de aanpassing.

Ook zal de grondslag voor partneralimentatie, solidariteit c.q. lotsverbondenheid tussen ex-echtgenoten, niet aangetast worden en wordt de wettelijke indexering in stand gelaten.

De nietigheid van een beding tot uitsluiting van partneralimentatie in huwelijkse voorwaarden blijft eveneens gehandhaafd (art. 1:400 lid 2 BW) evenals het bepaalde in art. 1:160 BW: de verplichting tot betaling van partneralimentatie vervalt, wanneer de alimentatiegerechtigde opnieuw trouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of gaat samenwonen ‘als waren zij gehuwd’.

Op wie zou de nieuwe wet van toepassing zijn?
Uit de Memorie van Toelichting op het wetsvoorstel blijkt dat de nieuwe regeling alleen van toepassing is op toekomstige gevallen. Het ‘oude’ recht, zoals dat geldt vóór de inwerkingtreding van het onderhavige wetsvoorstel, blijft van toepassing op uitkeringen inzake partneralimentatie, die vóór de inwerkingtreding van de nieuwe regeling door de rechter zijn vastgesteld of tussen partijen zijn overeengekomen. Dit is vanuit het oogpunt van rechtszekerheid.

Waarom een initiatief tot wetswijziging?
Er lijkt vanuit de maatschappij grote vraag te zijn naar verkorting van de alimentatieduur. Men vindt de huidige alimentatieduur “niet meer van deze tijd”. De alimentatiegerechtigde moet een prikkel krijgen om (opnieuw) de volledige financiële verantwoordelijkheid voor het eigen leven te dragen. De initiatiefnemers menen met het voorliggende wetsvoorstel een goede balans te hebben gevonden tussen de gerechtvaardigde belangen van zowel de alimentatiegerechtigde als de alimentatieplichtige.

Conclusie
Van het oorspronkelijke wetsvoorstel is niet veel meer over; alleen de beperking van de alimentatieduur is in stand gebleven. Er blijkt sterk maatschappelijk draagvlak voor het principe van lotsverbondenheid en solidariteit tussen gewezen echtgenoten, maar tegelijkertijd vindt men dat de huidige maximale alimentatieduur van twaalf jaar niet meer van deze tijd is. Uit nadere behandeling in de Tweede Kamer moet blijken of het wetsvoorstel in deze vorm beantwoordt aan wat er in de maatschappij leeft.

       

SmeetsGijbels Amsterdam

Postbus 78067
1070 LP Amsterdam
Jacob Obrechtstraat 70
1071 KP Amsterdam
T +31 (0)20 574 77 22
F +31 (0)20 574 77 33
info@smeetsgijbels.com

SmeetsGijbels Rotterdam

Postbus 1629
3000 BP Rotterdam
Westersingel 84
3015 LC Rotterdam
T +31 (0)10 266 66 66
F +31 (0)10 266 66 55
E info@smeetsgijbels.com

logo fas
logo voh
logo iafl
logo mfi
logo kidsrights